Ethische code van de NAAP
2 juni 2002
BASISPRINCIPES
De analytische relatie is een bijzonder type menselijke relatie: ze
moet een kader bieden waarbinnen de symbolische inhouden zich kunnen
ontplooien, en waarbinnen deze beleefd, bevat en onderzocht kunnen
worden, zonder dat ze uitgeageerd en op die manier concreet gemaakt
worden.
Het analytisch werk kan een sterke regressieve tendens met zich
meebrengen voor beide betrokkenen. Het is de taak van de analyticus om
de grenzen van het kader waarbinnen het analytische proces plaats vindt
goed te bewaken. Bij een analyse doet elke andere relatievorm dan de
analytische het kader geweld aan en dit kan uiteindelijk de analysant
schaden.
Tijdens het analytisch werk zal de analyticus zichzelf niet voorstellen
als de vertegenwoordiger van het reële, van het weten of van
de
waarheid, of zichzelf als norm stellen voor het onderscheid tussen goed
en kwaad, of voor wat ‘normaal’ is.
De hiernavolgende lijst van gedragsregels is niet uitputtend. Zij is
bedoeld om een atmosfeer in stand te houden die bevorderlijk, en niet
nadelig, is voor de analysant. Het belang van de analysant zal de
voornaamste zorg zijn bij elke ethische vraagstelling.
1. DE RELATIE ANALYTICUS-ANALYSANT
1.1. Duidelijkheid en handhaving van het kader.
Het is de taak van de analyticus om samen met de analysant het kader en
de werkvoorwaarden te verduidelijken, en de grenzen van deze
‘container’ stevig te handhaven. Dit kader omvat de
frequentie, de tijd en plaats van de sessies, de hoogte van het
honorarium, en de wijze van betaling. Elke verbreking van dit kader,
opzettelijk of niet, vraagt om analyse.
1.2. Het exclusieve karakter van de analytische relatie.
De analytische relatie sluit elke andere vorm van relatie uit tussen de
analyticus en de analysant, of diens verwanten. De analyticus moet
vermijden ten opzichte van de analysant enig andere functie uit te
oefenen dan de analytische.
1.3. Professionele ethiek.
De analyticus moet zijn professionele competentie handhaven en
ontwikkelen. Hij zal zich onthouden van elke ‘acting
out’
(seksueel, gewelddadig, enzovoort) en van elke vorm van machtsmisbruik.
1.4. Vertrouwelijk karakter.
De inhoud van de sessies is strikt vertrouwelijk. De supervisie vormt
hierop geen uitzondering, daar de superviserend analyticus zelf aan
deze regel onderworpen is. Het aanwenden van klinisch materiaal voor
didactische of wetenschappelijke doeleinden kan alleen met toestemming
van de analysant gebeuren en moet de anonimiteit van de analysant
waarborgen.
2. DE OPLEIDINGS RELATIE
De onder 1.1. t/m 1.4. genoemde regels zijn mutatis mutandis van
toepassing op de relatie tussen opleider en aspirant, en tussen
supervisor en supervisant. Hoewel er verschillen bestaan tussen de
analytische relatie en de opleidingsrelatie, mag de analyticus niet
vergeten dat hij zich ook hier in een professionele situatie bevindt.
3. COLLEGIALE RELATIES
3.1. De leden zijn verantwoordelijk voor het in stand houden van de
geëigende standaarden van vakbekwaamheid, eerlijkheid en
integriteit binnen de vereniging, en tegenover andere
beroepsuitoefenaren.
3.2. Leden behandelen hun collega’s met respect.
3.3. Wanneer een lid van de N.A.A.P. bezorgd is over onethisch gedrag
van een (aspirant)lid, gaat hij/zij eerst een gesprek aan met de
persoon in kwestie. Doel hiervan is om dit gedrag te bespreken en te
proberen er een einde aan te maken, en zo nodig hem/haar te bewegen tot
consultatie, supervisie of behandeling/analyse. Als de betreffende
persoon hieraan niet meteen kan voldoen, en/of de vertrouwelijkheid in
acht moet worden genomen, kan contact worden opgenomen met de Ethische
Commissie. Wanneer een lid van de N.A.A.P. duidelijke bewijzen heeft
van onbehoorlijk gedrag van een (aspirant)lid, dan is het zijn/haar
verantwoordelijkheid om de Ethische Commissie hiervan in kennis te
stellen, behalve wanneer de vertrouwelijkheid met betrekking tot een
cliënt hierdoor geschonden zou worden.
4. RELATIE MET DE BUITENWERELD
In betrekkingen met de buitenwereld, zoals bij presentaties,
publicaties, of contact met de media, gedraagt de analyticus zich in
overeenstemming met de Ethische Code. Hij/zij zal niets doen dat de
vereniging of de analytische psychologie zou kunnen schaden. Bij
twijfel over de eigen opstelling wordt de analyticus verzocht hierover
vooraf contact op te nemen met de Ethische Commissie.