NAAP symposium 2006: verslag Tijdschrift voor Psychoanalyse

 

Keeping the patient in mind
een verslag Leontine Brameijer, psycholoog / psychoanalytica i.o. (NPG)

Vorig jaar presenteerde de nog jonge Nederlandse Associatie voor Analytische Psychologie (NAAP) zich met een symposium, waarop de Britse (Jungiaanse) analytica Jan Wiener een viertal voordrachten verzorgde. Thema was de analytische relatie, en meer specifiek de manieren waarop binnen deze de overdracht en tegenoverdracht kunnen worden gebruikt en misbruikt. Vier sprekers waren uitgenodigd om, ieder vanuit het eigen (psycho)analytisch perspectief, op de voordrachten te reageren, een opzet waarmee het op gang komen van een dialoog werd beoogd.

Mevrouw Wiener volgde haar opleiding bij de Society of Analytical Psychology in Londen, in 1946 opgericht door Michael Fordham, die een nauwe samenwerking met de Britse psychoanalytici onderhield. Voortkomend uit die traditie kent zij in haar klinische werk een centrale rol toe aan de overdracht.

In haar eerste voordracht gaf Wiener een overzicht van de theoretische en klinische ontwikkeling van het overdrachts-concept in de analytische psychologie, en betoogde dat Jung, nadat zijn complexe relatie met Freud was uitgelopen op een breuk, ambivalent bleef ten aanzien van de betekenis van de overdracht voor de analytische behandeling. Jung’s moeilijkheden met het hanteren van overdracht en tegenoverdracht in de analyse van Sabina Spielrein zouden hierin een doorslaggevende rol hebben gespeeld. Wiener illustreerde haar verhaal aan de hand van fragmenten uit de briefwisseling tussen Freud en Jung. Zij liet overigens ook zien dat Jung wel degelijk belangrijke theoretische bijdragen leverde aan de ontwikkeling van het overdrachts-begrip, en ook na hem is hierover in Jungiaanse kring doorgedacht. Na de breuk met Freud zocht Jung echter toenemend zijn heil in dromen, archetypische beelden en symbolen, om zijn intuitief begrijpen van de relatie tussen patient en analyticus uit te breiden. Deze ambivalentie ten aanzien van het belang van de overdracht, zou tot op heden binnen de analytische gemeenschap voelbaar zijn.

Jef Dehing, lid van de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse, reageerde op deze eerste lezing met een betoog vol interessante aanvullingen. Hij schreef het “onvoldoende erkennen” door Jung van het belang van intersubjectieve processen toe aan het zelf hebben gemist van voldoende ouderlijke containment, en al ontkende hij de mogelijke rol van de heftig uit de hand gelopen analyses van Spielrein en anderen niet, de grote teleurstelling over de breuk met Freud, aldus Dehing, zou de meest bepalende factor zijn geweest in het verlaten, door Jung, van de centrale rol van de overdracht in de analyse. Dehing merkte ook op dat de psychoanalyse in feite dank verschuldigd is aan Jung voor de introductie van de leeranalyse als verplicht onderdeel van de opleiding, aanvankelijk nog als middel om de tegenoverdracht te leren onderdrukken.

In haar tweede lezing – “Working ‘with’ and Working ‘in’ the Transference” – behandelde Wiener enkele controverses rond het begrip overdracht, die geleid hebben tot verschillende benaderingen wat betreft het klinisch werken binnen de bredere (psycho)analytische gemeenschap. Met name distantieerde zij zich van de (Kleiniaanse) opvatting van de overdracht als de totale analytische situatie, en zij illustreerde haar eigen positie in dit debat met een ontroerende casus. Gertie Bogels, in een evocatieve respons, nam ons eerst mee naar Jung’s vroege kindertijd, aan de hand van zijn autobiografie, en van herinneringen die zijzelf bewaarde aan een bezoek aan het dorp Laufen, waarin hij die doorbracht. Terwijl Wiener en Dehing eerder Jung’s problemen met de centrale rol van de overdracht in de analyse hadden verklaard vanuit de problemen met zijn eerste analyse-patienten, en vanuit de teleurstelling over de breuk met Freud, concludeerde Bogels, dat Jung’s problemen met de overdracht, en het op de klippen lopen van zijn meer dan collegiale vriendschap met Freud, beide wortelden in het zelfde: zijn onvermogen om vroegkinderlijke, passieve verlangens naar nabijheid en geborgenheid te ervaren en verdragen. Tegenover enkele van Wiener’s klinische bevindingen plaatste Bogels haar eigen ervaringen en inzichten, maar daar beiden zo duidelijk het belang van overdracht en tegenoverdracht voor de analyse beleden, kregen deze toch meer het karakter van kanttekeningen en aanvullingen.

Zondagmiddag opende Wiener met een alweer zorgvuldig opgebouwd en onderhoudend betoog over het begrip tegenoverdracht, en het imaginatieve proces dat, naar haar idee, en verwijzend naar Jung’s methode van de active imaginatie, besloten ligt in het werken met de tegenoverdracht in de analyse. Opnieuw lichtte zij haar inzichten toe aan de hand van een aansprekend klinisch vignet. Jos de Kroon sloot zich in grote lijnen aan bij Wiener’s ideeen, al zei hij andere accenten te leggen. Vervolgens zette hij het Lacaniaans begrijpen van de door Wiener besproken begrippen uiteen.

In haar laatste lezing – “Keeping the patient in mind” – bracht Wiener de lijnen van haar eerdere uiteenzettingen bij elkaar, en spitse zij haar verhaal nog meer toe op de praktijk van het analyseren en de betekenis van het al of niet duiden van de overdracht voor de analysant. Harry Stroeken sloot af met een geestige en heldere reactie, en vertrekkend vanuit Freud’s originele theoretische formuleringen kwam ook hij in essentie uit bij Wiener’s patient-gerichte opvattingen.

In de Jungiaanse wereld behoort Jan Wiener tot de groep die ervoor pleit concepten uit de hedendaagse psychoanalyse te integreren in het Jungiaans gedachtegoed. Niet voor niets werd gegrapt dat zij haar naam eer aandeed. Voor de luisteraar uit die hedendaagse psychoanalytische cultuur was zij dus eigenlijk “preaching to the converted”. Dankzij de hoge kwaliteit en grote informatie-dichtheid van zowel haar lezingen als die van de respondenten, was er desondanks ook voor niet-Jungianen, veel te beleven. Met dit eerste symposium laat de NAAP zien dat zij een breder publiek dan alleen het Jungiaanse verdient.