In Memoriam 




Rabbijn Sonny Herman 

Psychoanalyticus, lid van SAP en NAAP
Londen,18 november 1927 – Apeldoorn, 8 augustus 2009


 

Op 8 augustus 2009 overleed Sonny Herman, na een ernstige ziekte, thuis, op de leeftijd van 81 jaar. Hij was een van de eerste analytisch psychologen in Nederland en een van de initiatiefnemers bij de oprichting van de Nederlandse Associatie voor Analytische Psychologie (NAAP)

Sonny werd in 1927 geboren in Londen. Hij groeide op in de Joodse buurt, een wijk die in de oorlog door bombardementen volledig is vernietigd.  Na zijn opleiding tot rabbijn en psychoanalyticus kwam hij in Nederland, eerst vooral om Joden te helpen na de oorlog een nieuw leven op te bouwen. 

Zijn eerste tijd in Nederland was in de jaren 50. Na een periode weer in Engeland, kwam hij in 1977 terug als pastoraal werker voor het Verbond van Liberaal-Religieuze Joden in Nederland. Lange tijd was hij verbonden aan het Joods Maatschappelijk Werk. Hij functioneerde tot begin 2008 als Rabbijn en algemeen psychotherapeut, waarbij hij naast zijn religieuze opleiding steunde op een klassieke -  en Jungiaanse psychoanalyse en op een zeer rijke praktijkervaring.
Sonny was een harde werker, zijn dagen waren zeer gevuld met  werk op meerdere terreinen en in twee verschillende landen. Tot op hoge leeftijd werkte hij zowel in Engeland als in Nederland,  als rabbijn, als  psychotherapeut en zeer vaak in de combinatie van deze twee. Voorts was hij betrokken bij de jaarlijkse Nationale Holocaust/Auschwitz Herdenking en gaf leiding aan vele Polenreizen van het Auschwitz Comité

In zijn uitgebreide werk met eerste en tweede generatie oorlogsgetroffenen wilde hij de mensen laten inzien dat ze niet alleen slachtoffer waren maar vooral overlevende. Overleven zag hij als een mogelijkheid tot het voortzetten van creatieve energie en levenskracht. Rouwprocessen en rituelen kunnen helpen deze energie te bevrijden, vooral waar het leven tot dan toe geen mogelijkheden bood om te rouwen. Sonny was een betrokken therapeut en kon diep teleurgesteld zijn als mensen het slachtofferschap niet op wilden geven terwijl  zij, naar zijn beleving, daar wel de mogelijkheden toe hadden. Hij ervoer daarin een stagnatie van het individuatieproces.

In psychotherapie en analyse schuwde Sonny  forse confrontaties niet. Achter veel ‘waarheden’ die als zodanig worden meegedragen in het leven, zette hij krachtige vraagtekens. Hij deed dat heel nadrukkelijk. Raakte men daarvan in verwarring, dan was daar zijn warme steun en inzet. Zekerheden konden zo worden omgezet in twijfels. In een interview in het tijdschrift Wending uit 1980 zegt hij al: “Twijfelend en worstelend kunnen we nieuwe wortels trekken” dit geheel in overeenstemming met het Jungiaanse principe dat chaos vernieuwing kan voortbrengen.

Wat betreft de rol van de therapeut heeft hij dit gezegd: “Er is ons vaak geleerd dat eerst het basisvertrouwen van de cliënt ontwikkeld moet worden alvorens de therapie in feite kan plaatsvinden. Misschien is het tijd om een vraagteken te plaatsen bij deze veronderstelling en prioriteit te geven aan het ontwikkelen van ons eigen vertrouwen in de creatieve vermogens van de cliënt.” (uit Afscheid nemen 1990), Ook benadrukte hij vaak dat de therapeut als een belangrijke getuige wordt ervaren, van dat wat de cliënt doormaakt, van zijn innerlijke strijd.

Altijd stelde Sonny de individuele gebeurtenissen in het leven in een ruimer perspectief, daarbij putte hij uit zijn enorme kennis van de bijbel, maar ook de opera met teksten van aria’s kwamen ter sprake. (Hij was een groot muziekliefhebber en bezocht vooral graag de opera). Kloven in de levensgeschiedenis van zijn cliënten konden zo vaak overbrugd worden en blokkades opgeheven. Wanneer  hij supervisie gaf streefde hij vooral na dat dit leidde tot het ontwikkelen van de ‘Inner-supervisor’ , die  de therapeut blijvend innerlijk terzijde kan staan.

Wie het voorrecht hebben gehad met deze markante, erudiete man, vol humor en met een warme belangstelling, te werken, zullen zijn stem nog vaak horen in hun hoofd en hart. De tekst die de familie plaatste boven de rouwadvertentie is voor hen zeker toepasselijk:

Er zijn sterren wier licht de aarde slechts bereikt lang nadat zij zelf zijn uiteengevallen.
Er zijn mensen wier nagedachtenis licht geeft in deze wereld lang nadat zij van ons zijn heengegaan.
Dit licht schijnt in de donkere nacht op de weg die wij moeten gaan. 

(Channa Szenes)

Zijn vrouw, familie en allen die hem gekend hebben zullen hem, in hun gedachten doen voortleven.

***


Inger van Lamoen-Dommisse
Leeuwarden, 15-08-2009.