Basisbegrippen uit de Analytische Psychologie
Aan het begin van de 20ste eeuw legden Freud en Jung de basis voor de moderne inzichten omtrent het bestaan en de mogelijke inhouden van het onbewuste. Hun samenwerking van 1907 tot 1912 leidde tot de oprichting van de Internationale Psychoanalytische vereniging. Freud zag zijn onbewuste vooral als zetel van het driftleven met vooral vitale en seksuele impulsen voortkomend uit verdrongen impulsen uit de vroege jeugd. Jung breidde het terrein veel verder uit en zag in het onbewuste een met de menselijke anatomie vergelijkbare psychische basisstructuur die alle mensen gemeen hebben en waarin veel grondpatronen voor menselijk gedrag verankerd liggen. Ondermeer deze verschillen in opvatting leidden tot een breuk tussen Freud en Jung welke bij Jung met een persoonlijke crisis gepaard ging.
Bij Jung
is zelfonderzoek van
persoonlijk onbewust materiaal, bijvoorbeeld uit dromen en tekeningen,
een bron van zijn theoretische beschouwingen geweest. In zijn werk
weerspiegelt zich dan ook zijn eigen ontwikkeling. Het bijzondere van
Jungs analytische psychologie is dat hij middels collectief menselijke
beelden een brug slaat tussen menselijke gedragingen, culturen en
religies. De waarde die hij toekent aan symbooltaal die hij ziet als de
taal waarin het onbewuste tot ons spreekt, heeft geleid tot veel
interessante interpretaties van mythen, sprookjes en kunstuitingen.
In Jungs levenswerk worden bepaalde basisbegrippen ontwikkeld die als
bouwstenen van zijn beeld van de menselijke psyche zijn te beschouwen.
Ik probeer hieronder dit denkmodel vereenvoudigd aan te reiken.
De bouw van de menselijke psyche kent vele lagen: het bewuste, het
persoonlijk onbewuste en het collectief onbewuste. Daarbinnen worden
diverse begrippen afgegrensd, begrippen die elkaar kunnen overlappen.
Onbewuste lagen kunnen zich aan het bewuste ego, het 'ik', op
verschillende manieren kenbaar maken. Veelal gebeurt dit in symbooltaal
via onze dromen, dagdromen, vage stemmingen, maar ook in spontane
creatieve uitingen als tekeningen, schilderwerk of "droedelen" in de
kantlijn. Het herkennen en verstaan van deze symbooltaal door het
bewustzijn gaat vaak met emotie gepaard (ontroering, angst schrik e.d.).
Het
Bewustzijn
Het bewustzijn is dat deel van
onze psyche dat voor ons ego (ik) vrij toegankelijk is. Wij weten
daardoor wie wij zijn en wat zo ongeveer onze geschiedenis is, ook
slaan wij daarin gegevens en vaardigheden op die wij hebben aangeleerd.
Het 'ik' is als het centrum van het bewustzijn te
beschouwen. Het censureert alles wat het bewustzijn wil binnenkomen.
De persona (betekent masker) is dat
deel van het ik dat wij aan de buitenwereld tonen; hoe wij ons laten
zien. Het uit zich in gelaatsuitdrukking, uiterlijk, kleding, intonatie
en taalgebruik en ook in de inrichting van ons huis en dergelijke.
De persona kent meerdere gezichten die voor een deel bepaald worden
door wat de omgeving van ons verwacht. Zo zullen wij, in ieder van onze
relaties, een ander aspect van onszelf laten zien, we zullen een ander
"masker" dragen bijvoorbeeld als:
- kind van onze ouders
- ouder van onze kinderen
- kameraad
- geliefde, minnaar of minnares
- in ons beroep, op een cursus of lezing.
- klant in een winkel enz.
Het
Onbewuste
Het onbewuste kent twee lagen:
- Het persoonlijk onbewuste
- Het collectief onbewuste
Het persoonlijk onbewuste:
Dit bevat al datgene wat wij ons niet, of niet meer, bewust zijn. Toch
heeft het een groot raakvlak met het bewustzijn en er is vaak sprake
van beïnvloeding en energie-uitwisseling.
Door introspectie en het aandacht schenken aan onze dromen, dagdromen,
spontane tekeningen en dergelijke kunnen we delen van deze laag bewust
worden, dit is waar een analytische therapie zich in het bijzonder op
richt.
Het persoonlijk onbewuste wordt gevormd door:
- verdrongen inhouden.
- vergeten zaken
- subliminale waarnemingen, (waarnemingen, niet door het bewustzijn
geregistreerd).
In het persoonlijk onbewuste onderscheidt Jung voorts een aantal
afzonderlijke bouwstenen:
- de complexen
- de schaduw
- animus of anima
- de verdrongen functie
- het Zelf
Het collectief onbewuste:
Het collectief onbewuste bevat de instincten en
patronen en ervaringen die vanuit ons menszijn tot onze leefwereld
behoren, de archetypen.
Onze instincten zijn lichamelijk verankerd, de archetypen zijn
aangeboren geestelijke patronen.
De
archetypen
Zoals het lichaam een bepaalde anatomische structuur heeft die wij
mensen allemaal gemeen hebben, zo herkende Jung in onze psyche een
gemeenschappelijke architectuur. Ons menszijn maakt ons vatbaar voor
bepaalde menselijke ervaringen en reactiepatronen die vaak een
tegenstelling in zich dragen zoals:
- hechten en loslaten
- door aanpassingen gebonden en vrij zijn
- omgaan met machtsverhoudingen binnen de gemeenschap.
In onze psyche worden, vanuit deze archetypen beelden gevormd die bij
ons menszijn behoren. Het zijn ordenende principes, diep in ons
onbewuste, die zich manifesteren in menselijke oerbeelden.
Oerbeelden van bijvoorbeeld de moeder, de vader maar ook van het kwaad.
In mythologieën, sprookjes en heldenverhalen maar ook in onze
persoonlijke dromen, verhalen en fantasieën krijgen deze
archetypen vorm en stem. Wij zien ze bvb. als heksen en boze tovenaars,
monsters en prinsessen.
Over de inhouden van het onbewuste
Complexen
Een complex is een cluster van beelden en ideeën gerangschikt
rond
een kern in het onbewuste, met een sterke emotionele lading.
In het bewustzijn uit een complex zich vaak in een vooringenomenheid
die moeilijk te verklaren is en die sterk de waarneming kleurt, de wil
en het gedrag beïnvloedt. De kern van het complex, die altijd
onbewust blijft, bestaat meestal uit een verdrongen, sterk emotionele
ervaring, een moreel conflict of een psychisch trauma. Het is alsof een
deel van de psyche is verstoten en ondergronds voortleeft als een
afgesplitste persoonlijkheid, een "stoorzender". In dromen en
dergelijke verschijnt zo'n deel dan ook vaak als een ander persoon, los
van het "ik". De kern van het complex is te beschouwen als een soort
psychische magneet: hoe sterker de lading deste meer zullen diverse
psychische inhouden aan het complex gekoppeld worden. Al deze inhouden
zullen de gevoelstoon, de emotie van de oorsprong van het complex, het
zogenaamde "affect" oproepen. Emotie drukt zich vaak uit in
lichamelijke gewaarwordingen als rood worden, snikken, hartkloppingen
en dergelijke of symbolisch in beelden.
Dromen, fantasieën, spontane tekeningen en andere uitingen van
symbooltaal waarin het onbewuste zich uitdrukt zijn sterk verbonden met
deze complexen. Jung ziet het complex altijd in verbinding met een
achterliggend archetype, zo staat het vadercomplex in relatie met de
grote Vader, 'God' maar ook met 'autoriteit', macht, geld enzovoort.
Complexen zijn op zich gezonde onderdelen van onze psyche die onze
psychische energie doen stromen; een al te sterk en overheersend
complex kan echter een flinke stoorzender zijn en grote delen van het
dagelijks leven beïnvloeden. Het "ik" kan dan als het ware in
de
macht van het complex komen. Het ik-complex is een cluster van emoties
die het gevoel van eigenwaarde uitdrukt, bekend hierbij zijn het
meerderwaardigheids-complex en het minderwaardigheids-complex, welke
twee met elkaar verwant zijn.
De Schaduw
De mens leert gedurende zijn ontwikkeling bepaalde gedragingen te
tonen, omdat deze van pas komen of gewaardeerd worden, zij vormen de
'persona'. De schaduw bevat het tegengestelde van de eigenschappen van
de persona. Het is datgene van onszelf wat we proberen te verbergen,
dat niet werd gewaardeerd en daarom is verdrongen en gedwongen wordt
een verstopt leven te leiden. Hoe meer uitgesproken een eigenschap
aanwezig is in de persona, deste uitgesprokener zit de tegenpool ervan
in de schaduw. In onze dromen en fantasieën kan de schaduw
verschijnen als een persoon van het eigen geslacht die de verdrongen
eigenschappen toont en daardoor angst inboezemt. Omdat de schaduw
tegengesteld is aan de persona, aan de persoonlijke en
gemeenschappelijke idealen, is de aanblik ervan en het erkennen ervan
als deel van onszelf niet aangenaam.
Toch zitten in de schaduw vaak schatten verborgen, vooral wanneer de
eigenschappen in de persona niet meer passend zijn, en de verdrongen
kwaliteit goed van pas zou kunnen komen. Het kan dan voor een individu
heel bevrijdend zijn een minder aangepaste eigenschap toch te laten
zien omdat het bij hem hoort Naast de persoonlijke schaduw is er ook
een collectieve schaduw, hierin zit datgene wat taboe is in de
samenleving of cultuur. De schaduw is een archetype dat in iedere
gemeenschap en in ieder tijdperk een ander gezicht toont, zoals de
duivel, Hitler of Dutroux. Wij komen op die manier de schaduw
geprojecteerd tegen. Projecties van iemand buiten ons die wordt beladen
met projecties van het kwaad en zo het niet geziene, persoonlijke kwaad
(de schaduw) mede draagt. Denk hierbij aan personen als Hitler en
Dutroux die in hun kwade macht de schuld van anderen verkleinen. Niet
de kampcommandant of bewaker die misschien mijn buurman is maar Hitler
heeft alle schuld, niet de gebruiker van kinderporno maar Dutroux
draagt alle schuld. Met name in de tweede levensfase die gekenmerkt
wordt door meer introspectie, kunnen schaduwaspecten in het bewustzijn
worden opgenomen en eventueel gesocialiseerd naar buiten worden getoond.
Animus/Anima
Archetypen van het wezen van man en vrouw.
Personificaties van de man in het onbewuste van de vrouw en omgekeerd.
Het
archetype is algemeen menselijk en dus bij man en vrouw aanwezig. Bij
de niet overeenkomstige sekse heeft het archetype van het wezen van man
en vrouw een bijzondere betekenis, Jung spreekt hier van animus en
anima.
In het persoonlijk onbewuste leven animus
en anima
als gestalten van de tegengestelde sekse. Zij vertegenwoordigen 'aan
deze sekse gebonden eigenschappen' die niet zijn geïntegreerd
in
het bewustzijn. Deze gestalten nemen in dromen, fantasieën en
spontane beelden de vorm aan van een al dan niet bekende man of vrouw.
Zij maken een zekere ontwikkeling door en kunnen zowel positief als
negatief werken op de ontwikkeling van de persoonlijkheid.
Ook vinden wij ze geprojecteerd op mensen
om ons
heen, die wij dan eigenschappen kunnen toedichten die, zoals later vaak
blijkt, zij geheel niet bezitten. Verliefdheid heeft sterk het karakter
van geprojecteerde anima en animus. De natuurlijke functie van animus
en anima bestaat in het verbinden van het individuele bewustzijn met
inhouden van het collectieve onbewuste. Wij kunnen ons zo verbinden met
alles wat menselijk is ongeacht man of vrouw; al zal identificatie over
het algemeen gemakkelijker zijn met de eigen sekse. Ook verbinden
animus en anima ons met onze totaliteit die in wezen de tegenstellingen
opheft, 'het zelf'.
Animus
De personificatie van de mannelijke natuur in het onbewuste van de
vrouw. De animus is een innerlijke manlijke figuur met als
belangrijkste kenmerken: kracht en daad(helden), woord en zin
(geestelijke leiders en autoriteiten), logos en geest,
Grotere verbanden zien en visies die het persoonlijke te boven gaan is
werk van de animus bij de vrouw.
Personificaties in de loop van
het leven: vaderfiguur, held, leraar of priester.
Positieve
animusgestalten:
- Sportheld (Tarzan), ruimtevaarder, technicus
- Broer, geliefde, vriend
- Mythe: geest of windgod : Wodan, Mercurius, Apollo, enz
- Heerser, rechter
- Wijze mannen: kunstenaar, leraar, arts, filosoof, architect,
geestelijk leider, etc.
- Verlosser: Christusfiguur
Negatieve animusgestalten:
- Onderdrukker, geweldpleger, verkrachter
- Mythe: Blauwbaard, Tovenaar, Dionysos
- Wetgevende kritische stem: geboden en verboden
- Wrede medogenloze leermeester, strenge rechter
- Het Kwaad: de duivel: Mefisto
Anima
De anima representeert de vrouwelijke componenten van de man, maar
tegelijkertijd ook het beeld dat hij heeft van de vrouwelijke aard in
het algemeen. Zij betekent voor man de verbinding met het rijk van de
innerlijke belevingswereld, de emotie en het onbewuste. Zij staat voor
het verbindend principe: de eros en als 'Moeder aarde' ook voor de
materie. De vrouw is ook de schenker van nieuw leven en de voedster.
Ook in overdrachtelijke zin als schenker van geestelijk voedsel en als
Muze, bron van creativiteit en inspiratie. De vrouw is als geefster van
nieuw leven ook met de dood verbonden. Een doodsmoeder die geeft en
neemt. Karakteristiek voor de animafiguur is dat al haar gedaanten
tegelijk vormen van relaties zijn.
Personificaties in de loop van
het leven:
Positieve animagestalten:
- Moeder: gevend, voedend, beschermend. Biedt een thuis en veilige plek
'Maria', middelares.
- Minnares: mooi, aantrekkelijk, begeerlijk
- Inspiratie: Muze, nimf, Aphrodite, Beatrice
- Zuster: vriendin, partner
- Wijsheid: Sofia, de oude wijze vrouw, medicijnvrouw, de helende
werking van de natuur, verbindend principe.
Negatieve animagestalten
- Verslindende of doodsmoeder. Houdt de man gevangen. Heks of spin
- 'Femme fatale', sirene, verleidster, bedriegster, Lorelei, slang, hoer
- Onbegrijpelijke grillige, onbetrouwbare figuur. Speelt een spel met
de man.
- Brengster van ziekte en verderf en tot slot de dood. Pandora, de boze
fee, Medusa, het slechte lot, de vernietigende krachten van de natuur.
Het Zelf
Een archetypisch beeld waarin de menselijke psyche zich in zijn volle
potentie laat zien, onze wezenskern. Het ervaren van het zelf is een
indrukwekkend gevoel een kern te bezitten die, ondeelbaar, uniek en
harmonisch is. Tegenstellingen kunnen daar overbrugd worden en
verdwijnen in het niveau van het Zelf.
Op momenten dat iemand bewust contact heeft met het zelf ervaart hij
zich als heel, volkomen en verbonden met de totaliteit van het leven of
met het goddelijk mysterie. Zulke momenten zijn meestal kort van duur
maar de herinnering eraan kan mensen tot grote steun zijn.
Typologie van C.G.Jung, de psychische functies
Jungs
typologie dient gezien te worden
als een hulpmiddel om ons bewust te worden hoe onze psychische
oriëntatie plaats vindt en hoe deze verschilt van mens tot
mens.
Het kan ons behulpzaam zijn onszelf en de ander te begrijpen. Jung
onderscheidt hierbij twee soorten gerichtheid van de psychische energie:
- naar binnen: introvert
- naar buiten: extravert.
Twee paar verschillende manieren van oriëntatie door Jung de
vier functies van de persoonlijkheid genoemd: Denken en
voelen en Intuïtie en gewaarwording. In
aanleg bestaat er één voorkeur. Toch is
één
functie onvoldoende om onszelf en de wereld om ons heen te leren
kennen. In wezen hebben we alle vier de functies nodig. De voorkeur is
bij ieder van ons anders, meer of minder uitgesproken; in wezen zijn
alle ons min of meer bekend. Nadere verklaring van de begrippen:
Introvert
De gerichtheid op de eigen binnenwereld maakt dat men gemotiveerd wordt
door innerlijke overwegingen en subjectieve zaken. De uitgesproken
introvert is vaak teruggetrokken op zichzelf, maakt een aarzelende
indruk en is defensief ingesteld. Hij kan daardoor de indruk maken
"saai" te zijn. In kleine kring en in de vertrouwde omgeving komt hij
het best tot zijn recht. Hij houdt niet van veranderingen. Anderzijds
kan in zijn kleurrijke binnenwereld van alles aan de hand zijn. Hij
leert dan ook voornamelijk van de eigen bespiegelingen en overwegingen,
wordt in zijn gedrag vnl door subjectieve factoren geleid.
Extravert
Op de buitenwereld gericht. De extravert past zich gemakkelijk aan, aan
een situatie, ook legt hij gemakkelijk contacten en redt zich beter in
een nieuwe situatie. De extravert is vaak avontuurlijk ingesteld.
Anderzijds kan hij zich wel eens ondoordacht in een avontuur storten en
zich te weinig afvragen wat iets wezenlijk voor hem betekent. Hij
reageert op- en leert van zijn ervaringen met de buitenwereld, is
object-gericht.
Het Denken
Met het denken bedoelen we hier het toepassen van kennis . Het leert
ons wàt iets is. Deze functie is rationeel, oordelend.
mWanneer
iemand van het denk-type tot een keuze moet komen probeert hij
objectieve, onpersoonlijke maatstaven te hanteren. Hij is principieel,
heeft vaak politieke interesse en kijkt naar criteria en wetten. Hij is
goed in het analyseren van een situatie.
Het Voelen
Het Nederlands kent vele betekenissen toe aan het woord voelen en
gevoel. We zeggen wel ik voel me blij, boos of verdrietig, of ik voel
dat het weer gaat veranderen of de beurs gaat zakken of zoiets. In zo'n
context kan het om een waarneming, gedachten, intuïtie of een
emotionele reactie gaan. Hier wordt onder voelen verstaan het geven van
een subjectief oordeel, een waardeoordeel; een subjectieve evaluatie
wat iets voor ons betekent, hoe belangrijk het voor ons is. Dit is een
rationeel aspect en in deze zin kan voelen een koude aangelegenheid
zijn. Verwar voelen dus vooral niet met emotionaliteit (affect). Iemand
die voelen als primaire functie heeft komt tot een keuze op strikt
persoonlijke, subjectieve grond. Zij houden rekening met allerlei
persoonlijke en sociale omstandigheden, hechten veel waarde aan
intimiteit, goede harmonie en sfeer.
De Gewaarwording
Gewaarwording heeft betrekking op de zintuiglijke waarneming. Door onze
zintuigen weten we dat iets bestaat. Deze functie is irrationeel.
Iemand bij wie dit de primaire functie is ziet zichzelf als een
realist, hij leeft in het hier en nu. Belangrijk zijn voor hem ervaring
en geschiedkundige feiten. Hij is goed in het aanbrengen van ordening,
een "no-nonsense" type.
De Intuïtie
Intuïtie berust op een innerlijke waarneming vanuit het
onbewuste.
Het geeft vooral een beweging aan en legt verbanden. Het laat ons weten
wat we met iets kunnen, welke mogelijkheden het in zich draagt. Deze
functie is irrationeel. Irrationeel wil hier zeggen buiten het terrein
van de logica. Dit is niet hetzelfde als onlogisch. Het stoelt vaak op
empirie. De rationele functies zijn meer oordelend. Iemand bij wie
intuïtie de primaire functie is, is veel bezig met
toekomstplannen
en mogelijkheden. Hij heeft een levendige fantasie. Een gevaar is dat
hij met te veel dingen tegelijk bezig is en niets afmaakt.
Belangrijk is dat we ons realiseren dat al deze functies niets
te maken hebben met emoties. "Affect" kan al onze functies in
verwarring brengen, onze waarneming én ons oordeel kleuren.
Affect heeft echter te maken met een complex.
Superieure - en verdrongen functie
Onze superieure, of primaire functie is ons het meest bewust en staat
het meest onder controle van onze wil.Het ego gebruikt deze functie in
eerste instantie. De tweede en derde functie zijn onze hulpfuncties. De
inferieure, of verdrongen functie werkt in ons onbewuste, deze kan ons
fascineren en overvallen, maar staat los van het bewustzijn. De
schaduwfiguur bezit hem vaak, maar ook de animus of anima zodat
tegengestelde functies nogal eens in partnerkeuze meespelen. In de zgn.
"Midlifecrisis" komt de verdrongen functie vaak aan bot. Introspectie
is de manier om de verdrongen functie te leren kennen. Voorbeeld: Als
iemand denken als eerste functie heeft, is voelen van wat iets waard is
voor hem, vaak heel moeilijk. Na lang nadenken komt hij dan vaak tot
een vrij conventioneel antwoord. Deze kwaliteit kan echter worden
ontwikkeld; een onderdeel van het individuatieproces.
Het Individuatieproces
Wat nu is het doel van de
verkenningen van het
onbewuste? Heeft het zin om ons bezig te houden met al wat daar
verborgen ligt? Jung geeft aan hoe in de jeugd de mens vooral bezig is
met het ontwikkelen van de persona en het leren kennen van eigen
gewenste mogelijkheden zoals het exploreren van eigen kunnen,
ontwikkelen van vaardigheden, opdoen van kennis, aanpassen aan de
maatschappij en sociale oriëntatie.
In de tweede levenshelft is deze zelfde mens meer geneigd tot
introspectie; een reis door de innerlijke ervaringswereld. Het doel is
te komen tot een ikbewustzijn dat een gevoel van volledigheid en
heelheid geeft op basis van vereniging van het bewustzijn met inhouden
van het onbewuste die aanvankelijk als onverenigbaar ervaren werden.
Jung spreekt in dit opzicht over "De vereniging der tegenstellingen",
de mogelijkheid hiertoe noemt hij de transcendente functie van de
psyche.
Zo is de mens meer en meer in staat degene die hij in wezen is, die
unieke mens, ook daadwerkelijk in de wereld te zetten. Dit proces van
zelfverwerkelijking, wordt het Individuatieproces genoemd.
Enkele facetten in deze ontwikkeling zijn:
- Het loskomen van de ouders en het ouder-complex.
- Het ervaren van de vrouwelijke of manlijke identiteit, in zichzelf en
in contact met het andere geslacht.
- Verruiming van het ik-complex door innerlijke groei.
Nooit kan het onbewuste volledig bewust gemaakt worden, het
individuatieproces is dan ook nooit 'af'. Jung zag analytische therapie
als de mogelijkheid om, door aandacht te geven aan dromen en innerlijke
beelden, dit proces te versnellen. Door het contact met de therapeut
die zelf door dit proces heengegaan dient te zijn, kunnen onbewuste
aspecten herkend en erkend worden. Dit leidt tot nieuwe kwaliteiten van
het ego.
Diegene worden die je in wezen bent is het doel van het
Individuatieproces.
Jung benadrukte dat het bij dit groeiproces vooral gaat om de
uitwisseling tussen bewustzijn en onbewuste. Deze uitwisseling is een
creatief proces waarbij in droom, dagdroom of fantasie een nieuwe
potentie wordt aangeboord en in het bewustzijn ervaren. Juist op
kritieke momenten in het leven, wanneer men de weg kwijt is, de dingen
niet meer rijmen kan, doet de mogelijkheid zich voor met het onbewuste
in contact te komen en nieuwe, tot dusver onbekende paden in te slaan.
Jung noemt symbooltaal de scheppende functie van de psyche die ons in
staat stelt tegenstellingen te overbruggen en daardoor het eenzijdig
gericht zijn van het bewustzijn te overwinnen.
Door het contact met de
beeldenrijkdom van het
onbewuste kunnen nieuwe levensimpulsen geboren worden. Wat eerst niet
kon worden toegelaten op grond van onze levensinstelling kan nu een
nieuwe ontwikkelingen in gang zetten. Tot deze nieuwe wegen behoren ook
de onbewuste functies van het ik (denken, voelen, gewaarworden, of
intuïtie) leren kennen en gebruiken. Het individuatie proces
is
deels een intern subjectief proces waarbij nieuwe facetten van de
persoonlijkheid ontwikkeld kunnen worden. Dit veranderingsproces wordt
ook zichtbaar in de buitenwereld.
Synchroniciteit
"Toeval bestaat niet". Wat plotseling op je levenspad komt, valt je toe
en heeft vaak een niet causaal, maar wel zinvol verband met de eigen
psychische gesteldheid. Jung duidt in zijn werk veel op wat hij
zinvolle coïncidentie noemt. Vaak heeft het te maken met het
samenvallen van gebeurtenissen in de geestelijke en stoffelijke wereld.
Het toekennen aan zin aan deze schijnbaar niet verbonden zaken, blijkt
een waardevolle en soms troostende ervaring te kunnen zijn. Voorbeeld:
"Ik voelde mij zo verdrietig en eenzaam. Toen kwam opeens een merel
vlak voor mijn raam zitten en begon te zingen. Het leek wel of hij mij
kwam troosten. Het gaf mij een bijzonder gevoel."
Het ervaren van het 'Zelf' is verbonden met het archetypische
godsbeeld. Deze ervaring van de totale eenheid van de eigen psyche,
bewuste en onbewuste is zeldzaam en geeft een geluksgevoel. Zoals het
ego het centrum van ons bewustzijn is zo is het Zelf het centrum van
onze totale psyche. Soms ontmoeten we het even of toont het zich in een
archetypisch beeld, in het bijzonder wanneer tegenstellingen binnen
onze psyche kunnen worden opgeheven. Een bekend beeld waarin het Zelf
zich kan tonen is een rond of vierkant kernmotief, zoals de mandala.
Inleidende boeken:
C.G.Jung Herinneringen, dromen en gedachten Lemniscaat.
C.G.Jung De mens en zijn symbolen (geïllustreerd) Lemniscaat
*Inger
van Lamoen-Dommisse is Jungiaans analytica en arts