Demeter en Persephone, Moeders en Dochters

Dr Hans van den Hooff


De ervaring om sprookjes te horen of om mythologische verhalen te horen maakt op alle mensen, jong en oud vaak een grote indruk. Ik weet nog dat ikzelf op de lagere school een speciale juffrouw had die bijbelles gaf. Ze heette mevr. Mierseman en ze kon op een manier verhalen vertellen over Saul, Mozes, de farao en de ark van Noach die ik nooit zal vergeten. Zo zal ieder van ons zijn eigen herinneringen aan sprookjes en mythische verhalen hebben: uit de gymnasiumtijd of aan een vader, moeder of ander familielid die mooi kon vertellen. In de presentatie van vandaag zal ik proberen de theorie achter het betekenisvolle van mythen aan te stippen en ook wil ik proberen een verbinding met het therapeutische te maken.

In de analytische psychologie denken we het onbewuste als opgebouwd uit het persoonlijke deel en het collectieve deel. Dat zijn niet heel duidelijk gescheiden lagen. Veeleer zijn deze structuren ten nauwste met elkaar verweven. Wat is het kenmerkende verschil tussen het persoonlijke en het collectieve onbewuste? Het persoonlijk onbewuste bestaat voornamelijk uit materiaal dat ooit bewust was maar dat uit het bewustzijn is verdwenen door vergeten of onderdrukking of afsplitsing. De inhouden, drijfveren en motieven uit het collectieve onbewuste daarentegen zijn nooit in het bewustzijn geweest. Ze zijn niet “persoonlijk verkregen”. Ik zal een proberen dit te illustreren

Neem het voorbeeld van een persoon die, zonder dat deze het weet, een enorme woede in zich draagt die samenhangt met de kindertijd van deze persoon bijvoorbeeld door affectieve verwaarlozing. Die woede leeft dan in het persoonlijk onbewuste en kan daar complexen vormen en zich manifesteren in depressie of eetstoornis of in slecht contact met de eigen kinderen. Laten we om het collectieve onbewuste te illustreren ons voorbeeld toespitsen op moeder-dochter relaties. Welke psychische factoren spelen op een collectief niveau een rol bij de relatie tussen moeder en dochter? Wat willen moeders aan dochters meegeven? Wat zoeken dochters bij moeders? Hoe verandert dit met de jaren? Dit zijn niet meer persoonlijke vragen maar dit zijn collectieve vragen. Soms ontvouwt zich in families een Grieks drama. Hoe kan het zijn dat een modern en intelligente vrouw in 2010 hetzelfde meemaakt als Antigone of Rapunzel? Dat komt door het collectieve onbewuste. Dat wat bij de Egyptische, Hebreeuwse en Griekse dichters leefde leeft nog precies zo in het psychische leven vandaag de dag. Jung maakte de vergelijking met de fysiologie: Op dezelfde manier dat de nier van een moderne mens hetzelfde werkt als de nier van een Egyptenaar werkte, zo werkt ook de collectieve psyche in de moderne mens hetzelfde als de collectieve psyche in de Egyptische tijd werkte. Het collectief onbewuste is tijdloos. Wat een dochter zoekt bij haar moeder heeft niets te maken met DIE dochter en DIE moeder. Dat zijn archetypische moeder dochter drama’s. Lichamelijke reacties zoals bij eetstoornissen kunnen deel uitmaken van collectieve patronen. Waarom zien moeders niet dat ze soms hun dochters niet geven wat ze nodig hebben? Waarom blijven dochters dan toch trouw? Welke rol spelen vaders in deze dynamiek? En broers en zusters? Welke heksen, duivels, stiefmoeders, blauwbaarden, koningen, prinsen, witte paarden en Oedipussen zijn hier aan het werk?

Jung omschreef het collectief onbewuste als volgt (CW9i § 87):  Het collectieve onbewuste is het deel van de psyche dat kan worden onderscheiden van het persoonlijk onbewuste doordat het in tegenstelling tot dit laatste zijn bestaan niet dankt aan persoonlijke ervaringen en dus niet bestaat bij de gratie van “persoonlijk verkrijgen”. .... “het persoonlijk onbewuste bestaat voornamelijk uit complexen en het collectieve onbewuste bestaat voornamelijk uit archetypen.

Het archetype is een idee, een postulaat dat iets zegt over de structuur en dynamiek van het collectieve onbewuste. Het archetype zelf is onzichtbaar. Toch kennen we de archetypen goed! Hoe kan dat nou? Dat kan door mythologie en door sprookjes. De hele mythologie, kan worden begrepen als een projectie van het collectief onbewuste.  Jung zei:... “We kunnen daardoor het collectief onbewuste of door de mythologie of door analyse onderzoeken 8 § 325”

Sprookjes en mythologie (inclusief de religieuze mythologie) kunnen gezien worden als uitingen van het collectief onbewuste. Steeds weer zijn deze verhalen belangrijk genoeg gevonden om te onthouden, doorverteld en opgeschreven. De prins op het witte paard ontroerd in alle culturen. Dus de ontroering door het sprookjesmotief van de prinses met met een gouden hart maar met een vreselijke stiefmoeder die word gered door een prins -- met ook een gouden hart -- op een wit paard is in alle culturen diep ontroerend doordat het archetype van het heilige huwelijk word geactiveerd. Dat is een voorbeeld van de werking van het collectieve onbewuste. De heks, de schone slaapster, de prins, Narcissus, Athene, domme Hans en Oedipus: ze leven als collectieve psychische factoren in ons allen net zoals we allemaal nieren, longen,  en een hart hebben. Sprookjes en mythologie zijn als de atlas van de anatomie van de psyche.

Ik wil vandaag een voorbeeld bespreken van een mythe en heb gekozen voor de mythe van Demeter en Persephone. Deze mythe gaat onder andere over het psychologisch loskomen van de dochter van haar moeder. Iets dat vaak nooit gebeurd. De mythe verteld dat Moeders omklemming zo sterk kan zijn dat er een man aan te pas moet komen die de dochter schaakt -- sommigen zeggen verkracht -- om deze losmaking te bewerkstelligen. Dit gaat natuurlijk niet over de echte moeder en een echte verkrachter maar over het archetypische moederlijke en archetypische verkrachtende principe dat ook nog in de moderne mens huist. Nadat ik de mythe van Demeter en Persephone heb verteld zal ik deze nog wat analytisch verkennen.

De mythe van Demeter en Persephone
Demeter is de moeder en zuster van Zeus, godin van het korenveld en de voeding, haar symbool is de tarwe are. Zelf is ze niet niet getrouwd maar ze wijdt wel bruiden en bruidegoms in in de geheimen van het huwelijksbed. Ooit was ze verliefd op de titaan Iasion op wie ze verliefd werd tijdens een huwelijksfeest. In vuur en vlam gezet door de nectar, die op het feest als water stroomde glipten de geliefden het huis uit en minden elkaar openlijk op een drie keer geploegd veld. Toen Zeus, op grond van hun gedrag en de modder op hun armen en benen er achterkwam wat ze hadden gedaan, ontstak hij in woede en doodde hij Iasios die het met zijn moeder en zuster gewaagd had.

Demeter heeft een vriendelijke ziel maar ze verloor haar vrolijkheid voorgoed toen haar dochter, de jonge Kore die later Persephone heette, haar werd afgenomen. Op een dag was Kore op een bloemenwei met andere maagden aan het spelen en bloemen aan het plukken. Hades werd verliefd op haar en ging Zeus om toestemming vragen haar te huwen. Zeus vreesde zijn jongere broer te kwetsen door dit zonder meer te weigeren, maar wist ook dat Demeter het hem niet zou vergeven als Kore naar de onderwereld zou worden gezonden. Hij antwoordde daarom diplomatiek dat hij zijn toestemming noch kon geven noch kon weigeren. Dit stemde Hades driest genoeg om de bloemen plukkende jonge vrouw te schaken (sommige vertalingen gebruiken sterkere termen) en naar zijn onderwereld te ontvoeren. Ovidius, in de prachtige vertaling van Mevr. M. d'Hane-Scheltema: “Op die plek van eeuwige lente, als Persephone papavers plukt en die met meisjesijver in haar rokken verzameld ... wordt ze haast in één tel ontdekt, begeerd en geschaakt door Hades. Het goddelijke meisje, doodsbenauwd roept huilend naar haar moeder, naar vriendinnen, naar haar moeder het meest. Haar rover jaagt het tempo op, hij vuurt zijn paarden aan .... “ Tot zover Ovidius.

Toen Demeter de vermissing van haar dochter ontdekte werd ze razend. Zonder zich rust te gunnen zocht ze haar dochter negen dagen en nachten lang terwijl ze at noch dronk.  Op de tiende dag kwam Demeter vermomd aan bij Koning Kelos en zijn vrouw die haar gastvrij ontvingen. Iedereen aan het hof trachtte haar te troosten en tot eten te verleiden maar Demeter hield halsstarrig vol totdat Baubo, een min plotseling haar rok optilde en Demeter in een flits een blik tussen haar benen gunde. Dit werkte. Demeter proestte het uit van het lachen en aanvaarde een glas wijn.

Demeter, nu iets relaxter, benaderde Helios -- de zonnegod die alles ziet en dwong hem te vertellen wat hij over de ontvoering van Persephone wist. Helios vertelde dat Hades de boosdoener was geweest, die zijn snode daad ongetwijfeld na samenspraak met zijn broer Zeus had begaan. Demeter was zo boos dat ze in plaats van naar de Olympus terug te keren op aarde bleef rondzwerven en de bomen verbood vruchten te dragen en de gewassen verbood te groeien tot het mensenras dreigde te worden uitgeroeid. Ze wendt zich tot Zeus en dringt er bij hem op aan Persephone uit de onderwereld te laten terugkeren. Zeus zegt dan: “Mijn dochter is mij even lief als jou, maar sta mij toe de dingen aan te duiden bij hun ware aard: wat hier gebeurd is, is bepaald geen onrecht maar louter liefde! ..... Maar goed, als jij zo graag een scheiding wenst tussen Hades en Persephone mag ze weer naar de hemel gaan, op voorwaarde dat ze daar beneden niks heeft gegeten”.

Helaas voor Demeter blijkt dat Persephone, inmiddels koningin van de onderwereld, door de tuinman betrapt is op het eten van 7 granaatappelpitten. Hierdoor is een volledige terugkomst naar de bovenwereld niet meer mogelijk. Onderhandelingen volgen tussen Demeter, Hades en Zeus, met als resultaat dat Zeus’ compromis voorstel wordt aanvaard dat Persephone ieder jaar 3 maanden bij Hades in de onderwereld en 9 maanden bij Demeter op de Olympus zal zijn. Demeter bekommert zich weer om de landbouw. En zoals wel vaker bij Ovidius is er aan het einde nog een metamorfose: De vriendinnen van Persphone (met wie ze aan het bloemenplukken was) transformeerden in vogels met vrouwenhoofden: de Sirenen (die alle mannen op de rotsen doen slaan). Tot zover de mythe van Demeter en Persephone.

Analyse van Mythe
Er gebeurd nogal wat in deze mythe. De hoofdlijnen -- ik zal straks een paar deelaspecten belichten -- zijn wat mij betreft dat er iets rigoureus als een schaking voor nodig is om de vervloeiing tussen moeder en dochter te verbreken, dat een meisje door iets wordt overvallen en eindigt als een vrouw. Dat de voedende moeder woedend is over de verandering in het leven van haar dochter. Dat een vaderfiguur het liefdevolle en de noodzaak van de schaking ziet en dat er een leven van afwisseling tussen onder- en bovenwereld volgt.

Voor dat ik de mythe in iets meer detail wil verkennen, zou ik eerst eens stil willen staan bij de vraag in hoeverre het drama van Demeter en Persephone nog steeds actueel is. Herkennen wij iets uit dit duizenden jaren oude drama in ons eigen leven? Dat zijn natuurlijk retorische vragen waarop mijn antwoord is dat er maar weinig is veranderd omdat het collectieve onbewuste in de psyche van de mens niet is veranderd. Weliswaar leven we nu in de tijd van moderne technologie maar als het gaat om onze diepere zielenroerselen is er natuurlijk geen moer veranderd.

Weer terug naar de mythe. Deze begint te vertellen over Demeter. Zij is de godin van het voedsel. Als kind is het normaal dat wij ons voor voeding tot de moeder wenden. Het beeld van de voedende moeder ligt vlakbij het beeld van een overbezorgde moeder. Een moeder die alleen maar het beste voor haar kinderen wil maar die ondertussen misschien onvoldoende oog heeft voor waar de kinderen eigenlijk zelf behoefte aan hebben. Ook als volwassene is er nog steeds een verlangen tot “gevoed worden”. Deze behoefte kan worden geprojecteerd op de echte ouders en kan dan misschien als regressie worden gezien. Maar het archetype van “de voeding” kan ook op de “vadertje staat” of op de “moeder-kerk” worden geprojecteerd; of, als onze voeding vooral intellectueel is: onze Alma Mater.

Een interessante ervaring van Demeter is haar vrijpartij met Iasion, lang geleden, in het korenveld, door Zeus ontdekt vanwege “modder op armen en benen”. Dit beeld contrasteert met het moment van de schaking van haar dochter want dan is Demeter ongetrouwd. Er is dus in het leven van Demeter, als het om vlammende erotische verliefdheid gaat, wel een verleden maar geen heden. En dat terwijl bij haar dochter precies het omgekeerde speelt: Kore heeft een maagdelijk verleden maar Persephone heeft een seksueel zeer geladen heden. Deze dynamiek kunnen we zien als symbolisatie van een afsterven en hergeboorte van seksualiteit.

Wat te denken van granaatappel pitten? Als rode, vochtige vruchtdeeltjes was dit in de oudheid het sappigste fruit in landen met een droog klimaat. Volgens sommigen doen de pitjes pitjes denken aan bloeddruppels. Traditioneel wordt de granaatappel geassocieerd met menstruatie en seksualiteit. Volgens een andere mythe is de granaatappel ontstaan uit het bloed van Dyonisis. In de christelijke traditie is de granaatappel het attribuut van de vruchtbare maagd Maria. Het eten van de granaatappelpitten staat een volledige terugkeer naar de bovenwereld in de weg. Er is natuurlijk de letterlijke onmogelijkheid naar een volledige terugkeer naar de maagdelijkheid onder moeders vleugels, maar er is ook de psychologische onmogelijkheid: eens gegeten altijd gegeten. Er is hier een sterke parallel met de joodse mythe over de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs. Eva, tegen de instructies in, kan de verleiding door de slang van het eten van de appel uit de boom van kennis van goed en kwaad niet weerstaan. Algemeen word deze mythe van de zondeval gezien als symbolisatie van bewustwording. Als we eenmaal ons bewust zijn van iets -- bijvoorbeeld van goed en kwaad -- is het onmogelijk om dit terug te draaien. Het is een prachtige illustratie van archetypische werking dat de psyche onomkeerbare processen makkelijk projecteert op het eten van verboden vruchten. Dat zien we ook vaak terug in dromen.

Dan is er die merkwaardige actie van de min Baubo, die Demeter aan het lachen krijgt door onverwacht haar eigen rokken op te tillen. Als een soort vrouwelijke potloodventer breekt Baubo met humor het complex van Demeter open. Demeter krijgt hierdoor ruimte om weer wat te gaan drinken en -- hoewel er van haar dochter nog steeds geen spoor is -- geeft ze haar vasten op en accepteert een glas wijn. Hier zien we dat zelfs Olympische goden kunnen bijdraaien en ook zien we hoe humor kan helpen om uit een complex te komen. Over Jung wordt vaak verteld hoe er een oorverdovend gelach uit zijn spreekkamer kon klinken. Zelf mag ik mij ook gelukkig prijzen met cliënten met een goed gevoel voor humor. Humor doet complexen herkennen en oplossen.
Dan is er de opmerking van Zeus tegen zijn zuster Demeter: “ sta mij toe de dingen aan te duiden bij hun ware aard: wat hier gebeurd is, is bepaald geen onrecht maar louter liefde! ..... “. Deze uitspraak wijst natuurlijk op de noodzakelijkheid van de verandering in Persephone, de noodzakelijkheid van afsterven en hergeboorte en de noodzakelijkheid van de seizoenen. Hier verwoordt Zeus als ultieme autoriteit de psychische wet dat alles moet stromen en vernieuwen. Niets kan blijven zoals het is, hoe jammer dat soms ook lijkt. Ieder verlangen tot stasis -- hoe begrijpelijk dan ook -- is een regressie die best even mag, maar niet het hele jaar!

Ik hoop dat ik met het verkennen van wat aspecten van deze mythe van Demeter en Persephone enkele paralellen tussen toen en nu, en daarmee de continuïteit van het collectieve onbewuste, heb kunnen illustreren. Ik realiseer me dat ik het veel over moeders en dochters heb gehad. Ik had het natuurlijk net zogoed over vaders en zonen kunnen hebben. Je kan nu eenmaal niet alles in korte lezing bespreken. {Op 31 mei zal ik voor de IVAP een lezing houden over Phaethon. Hij is de zoon die zijn vader (Helios) zoekt.}7

Relevantie voor de Analytische Psychologie
Dit is dan misschien een goed moment om opnieuw even het persoonlijke onbewuste met het collectief onbewuste te contrasteren. En dan ga ik even terug naar het voorbeeld van de woede. De narcistische woede van de dochter die ik noemde in het begin van deze lezing is verkregen uit ervaringen in haar eigen leven in de relatie met haar eigen moeder. De oorsprong van de woede van Demeter ligt daarentegen in het collectieve onbewuste. De eerste is verkregen door persoonlijke ervaring, de tweede is verkregen door overerving.

Wat voegt het eigenlijk toe om zo’n mooie mythe te psychologiseren? Waarom niet gewoon zeggen: dat is een mooie en belangrijke mythe die een belangrijk aspect van het menselijk drama goed beschrijft? Een sprookje is een sprookje. Waarom heeft Jung een collectief onbewuste als idee gepostuleerd? Wat is hiervan het therapeutische belang? In het antwoord op deze vraag schuilt voor mij één van de belangrijkste verdiensten van de analytische psychologie.

In één zin geantwoord: het belang van het postulaat van het collectief onbewuste is dat in de beleving van het individu de invloed vanuit het collectief onbewuste subjectief wordt ervaren en dat dit problemen oplevert. Dat klinkt ingewikkeld maar betekent in gewone mensen taal dat ik alles dat ik in mezelf merk als vanzelfsprekend beschouw als een deel van mij. Ik eigen me dus eigenlijk het archetype toe. Ik identificeer me met de goden. Hierdoor ontstaat helemaal begrijpelijk maar ook geheel ten onrechte het idee: “ik ben eigenlijk een gefrustreerde verstikkende moeder”. Of voor succesvolle carrieremakers, directievoorzitters en politici: “ik ben eigenlijk een geweldige held”. Terwijl ze dat niet zijn. Hoogstens kunnen zeggen dat ze de gefrustreerde moeder of de held als deel van zichzelf ervaren. Deze onterechte identificatie noemt Jung inflatie. Dit is ook hoe Jung de psychose begrijpt: als een overspoeld worden door, en identificatie met het archetype. In psychiatrische klinieken is het geen onbekend verschijnsel dat patiënten zich met Maria of Jesus Christus identificeren. Om bij ons wat mildere voorbeeld te blijven: laten we zeggen dat er een echte moeder is met een echte dochter, en die moeder ervaart in zichzelf de Demeter krachten om haar dochter te overbeschermen. In een uitzonderlijk sterk en helder moment van zelfbewustzijn realiseert ze zich dat ze zich veel te veel om haar dochter heen heeft genesteld en dat dat misschien wel verstikkend werkt. Erg trots is ze niet op zichzelf. Al gauw denkt ze “ik ben ook altijd zo’n ... heks?” Terwijl een psychologische veel gezondere reactie zou zijn: “ook ik heb de archetypische heks in mij”. Dit inzicht kan geweldig helpen om gevoelens van schaamte en schuld te relativeren. Een belangrijk deel van een Jungiaanse psychoanalyse kan zich erop richten de patiënt uit te nodigen te reflecteren over de vraag in hoeverre een bepaald aspect van zijn of haar innerlijk leven niet een individueel maar een archetypisch leven is. De analyticus kan door vertelling van een mythen of een sprookje helpen om de analysant te doen inzien dat dat wat hij of zij aan zichzelf toeschrijft eigenlijk helemaal niet aan zichzelf is toe te schrijven maar dat dat collectief materiaal betreft.

Jung zag dus de gemeenschappelijke patronen uit de mythologieën als projecties van de objectieve archetypische psyche. Hij vindt dan ook dat de analyticus, net zoals de arts de atlas van de anatomie en fysiologie moet kennen, de encyclopedie van de mythologie moet kennen (CW3, § 576). Deze collectieve patronen werken immers in ons allemaal. Ze melden zich keer op keer in ons leven, en dus ook in de spreekkamer van de analyticus.



Referenties 

Jung, C.G. (1953-1970) Collected Works of C.G. Jung, 20 vols (ed. Herbert Read, Michael Fordham and Gerhard Adler; vertaling. R.F.C. Hull. Referenties zijn per volume en paragraaf, London: Routledge (Nederlandse vertaling van het aangehaalde door de auteur) 

Ovidius, Metamorphosen, vertaling M. d'Hane-Scheltema, Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1997 

Dr Hans van den Hooff is  psychoanalyticus (C.G. Jung) in privé praktijk in Naarden