Demeter en Persephone, Moeders en Dochters
De ervaring om sprookjes te horen of om mythologische verhalen te horen
maakt op alle mensen, jong en oud vaak een grote indruk. Ik weet nog
dat ikzelf op de lagere school een speciale juffrouw had die bijbelles
gaf. Ze heette mevr. Mierseman en ze kon op een manier verhalen
vertellen over Saul, Mozes, de farao en de ark van Noach die ik nooit
zal vergeten. Zo zal ieder van ons zijn eigen herinneringen aan
sprookjes en mythische verhalen hebben: uit de gymnasiumtijd of aan een
vader, moeder of ander familielid die mooi kon vertellen. In de
presentatie van vandaag zal ik proberen de theorie achter het
betekenisvolle van mythen aan te stippen en ook wil ik proberen een
verbinding met het therapeutische te maken.
In de analytische psychologie denken we het onbewuste als opgebouwd uit
het persoonlijke deel en het collectieve deel. Dat zijn niet heel
duidelijk gescheiden lagen. Veeleer zijn deze structuren ten nauwste
met elkaar verweven. Wat is het kenmerkende verschil tussen het
persoonlijke en het collectieve onbewuste? Het persoonlijk onbewuste
bestaat voornamelijk uit materiaal dat ooit bewust was maar dat uit het
bewustzijn is verdwenen door vergeten of onderdrukking of afsplitsing.
De inhouden, drijfveren en motieven uit het collectieve onbewuste
daarentegen zijn nooit in het bewustzijn geweest. Ze zijn niet
“persoonlijk verkregen”. Ik zal een proberen dit te
illustreren
Neem het voorbeeld van een persoon die, zonder dat deze het weet, een
enorme woede in zich draagt die samenhangt met de kindertijd van deze
persoon bijvoorbeeld door affectieve verwaarlozing. Die woede leeft dan
in het persoonlijk onbewuste en kan daar complexen vormen en zich
manifesteren in depressie of eetstoornis of in slecht contact met de
eigen kinderen. Laten we om het collectieve onbewuste te illustreren
ons voorbeeld toespitsen op moeder-dochter relaties. Welke psychische
factoren spelen op een collectief niveau een rol bij de relatie tussen
moeder en dochter? Wat willen moeders aan dochters meegeven? Wat zoeken
dochters bij moeders? Hoe verandert dit met de jaren? Dit zijn niet
meer persoonlijke vragen maar dit zijn collectieve vragen. Soms
ontvouwt zich in families een Grieks drama. Hoe kan het zijn dat een
modern en intelligente vrouw in 2010 hetzelfde meemaakt als Antigone of
Rapunzel? Dat komt door het collectieve onbewuste. Dat wat bij de
Egyptische, Hebreeuwse en Griekse dichters leefde leeft nog precies zo
in het psychische leven vandaag de dag. Jung maakte de vergelijking met
de fysiologie: Op dezelfde manier dat de nier van een moderne mens
hetzelfde werkt als de nier van een Egyptenaar werkte, zo werkt ook de
collectieve psyche in de moderne mens hetzelfde als de collectieve
psyche in de Egyptische tijd werkte. Het collectief onbewuste is
tijdloos. Wat een dochter zoekt bij haar moeder heeft niets te maken
met DIE dochter en DIE moeder. Dat zijn archetypische moeder dochter
drama’s. Lichamelijke reacties zoals bij eetstoornissen kunnen
deel uitmaken van collectieve patronen. Waarom zien moeders niet dat ze
soms hun dochters niet geven wat ze nodig hebben? Waarom blijven
dochters dan toch trouw? Welke rol spelen vaders in deze dynamiek? En
broers en zusters? Welke heksen, duivels, stiefmoeders, blauwbaarden,
koningen, prinsen, witte paarden en Oedipussen zijn hier aan het werk?
Jung omschreef het collectief onbewuste als volgt (CW9i §
87): Het collectieve onbewuste is het deel van de psyche dat kan
worden onderscheiden van het persoonlijk onbewuste doordat het in
tegenstelling tot dit laatste zijn bestaan niet dankt aan persoonlijke
ervaringen en dus niet bestaat bij de gratie van “persoonlijk
verkrijgen”. .... “het persoonlijk onbewuste bestaat
voornamelijk uit complexen en het collectieve onbewuste bestaat
voornamelijk uit archetypen.
Het archetype is een idee, een postulaat dat iets zegt over de
structuur en dynamiek van het collectieve onbewuste. Het archetype zelf
is onzichtbaar. Toch kennen we de archetypen goed! Hoe kan dat nou? Dat
kan door mythologie en door sprookjes. De hele mythologie, kan worden
begrepen als een projectie van het collectief onbewuste. Jung
zei:... “We kunnen daardoor het collectief onbewuste of door de
mythologie of door analyse onderzoeken 8 § 325”
Sprookjes en mythologie (inclusief de religieuze mythologie) kunnen
gezien worden als uitingen van het collectief onbewuste. Steeds weer
zijn deze verhalen belangrijk genoeg gevonden om te onthouden,
doorverteld en opgeschreven. De prins op het witte paard ontroerd in
alle culturen. Dus de ontroering door het sprookjesmotief van de
prinses met met een gouden hart maar met een vreselijke stiefmoeder die
word gered door een prins -- met ook een gouden hart -- op een wit
paard is in alle culturen diep ontroerend doordat het archetype van het
heilige huwelijk word geactiveerd. Dat is een voorbeeld van de werking
van het collectieve onbewuste. De heks, de schone slaapster, de prins,
Narcissus, Athene, domme Hans en Oedipus: ze leven als collectieve
psychische factoren in ons allen net zoals we allemaal nieren,
longen, en een hart hebben. Sprookjes en mythologie zijn als de
atlas van de anatomie van de psyche.
Ik wil vandaag een voorbeeld bespreken van een mythe en heb gekozen
voor de mythe van Demeter en Persephone. Deze mythe gaat onder andere
over het psychologisch loskomen van de dochter van haar moeder. Iets
dat vaak nooit gebeurd. De mythe verteld dat Moeders omklemming zo
sterk kan zijn dat er een man aan te pas moet komen die de dochter
schaakt -- sommigen zeggen verkracht -- om deze losmaking te
bewerkstelligen. Dit gaat natuurlijk niet over de echte moeder en een
echte verkrachter maar over het archetypische moederlijke en
archetypische verkrachtende principe dat ook nog in de moderne mens
huist. Nadat ik de mythe van Demeter en Persephone heb verteld zal ik
deze nog wat analytisch verkennen.
De mythe van Demeter en Persephone
Demeter is de moeder en zuster van Zeus, godin van het korenveld en de
voeding, haar symbool is de tarwe are. Zelf is ze niet niet getrouwd
maar ze wijdt wel bruiden en bruidegoms in in de geheimen van het
huwelijksbed. Ooit was ze verliefd op de titaan Iasion op wie ze
verliefd werd tijdens een huwelijksfeest. In vuur en vlam gezet door de
nectar, die op het feest als water stroomde glipten de geliefden het
huis uit en minden elkaar openlijk op een drie keer geploegd veld. Toen
Zeus, op grond van hun gedrag en de modder op hun armen en benen er
achterkwam wat ze hadden gedaan, ontstak hij in woede en doodde hij
Iasios die het met zijn moeder en zuster gewaagd had.
Demeter heeft een vriendelijke ziel maar ze verloor haar vrolijkheid
voorgoed toen haar dochter, de jonge Kore die later Persephone heette,
haar werd afgenomen. Op een dag was Kore op een bloemenwei met andere
maagden aan het spelen en bloemen aan het plukken. Hades werd verliefd
op haar en ging Zeus om toestemming vragen haar te huwen. Zeus vreesde
zijn jongere broer te kwetsen door dit zonder meer te weigeren, maar
wist ook dat Demeter het hem niet zou vergeven als Kore naar de
onderwereld zou worden gezonden. Hij antwoordde daarom diplomatiek dat
hij zijn toestemming noch kon geven noch kon weigeren. Dit stemde Hades
driest genoeg om de bloemen plukkende jonge vrouw te schaken (sommige
vertalingen gebruiken sterkere termen) en naar zijn onderwereld te
ontvoeren. Ovidius, in de prachtige vertaling van Mevr. M.
d'Hane-Scheltema: “Op die plek van eeuwige lente, als Persephone
papavers plukt en die met meisjesijver in haar rokken verzameld ...
wordt ze haast in één tel ontdekt, begeerd en geschaakt
door Hades. Het goddelijke meisje, doodsbenauwd roept huilend naar haar
moeder, naar vriendinnen, naar haar moeder het meest. Haar rover jaagt
het tempo op, hij vuurt zijn paarden aan .... “ Tot zover
Ovidius.
Toen Demeter de vermissing van haar dochter ontdekte werd ze razend.
Zonder zich rust te gunnen zocht ze haar dochter negen dagen en nachten
lang terwijl ze at noch dronk. Op de tiende dag kwam Demeter
vermomd aan bij Koning Kelos en zijn vrouw die haar gastvrij ontvingen.
Iedereen aan het hof trachtte haar te troosten en tot eten te verleiden
maar Demeter hield halsstarrig vol totdat Baubo, een min plotseling
haar rok optilde en Demeter in een flits een blik tussen haar benen
gunde. Dit werkte. Demeter proestte het uit van het lachen en aanvaarde
een glas wijn.
Demeter, nu iets relaxter, benaderde Helios -- de zonnegod die alles
ziet en dwong hem te vertellen wat hij over de ontvoering van
Persephone wist. Helios vertelde dat Hades de boosdoener was geweest,
die zijn snode daad ongetwijfeld na samenspraak met zijn broer Zeus had
begaan. Demeter was zo boos dat ze in plaats van naar de Olympus terug
te keren op aarde bleef rondzwerven en de bomen verbood vruchten te
dragen en de gewassen verbood te groeien tot het mensenras dreigde te
worden uitgeroeid. Ze wendt zich tot Zeus en dringt er bij hem op aan
Persephone uit de onderwereld te laten terugkeren. Zeus zegt dan:
“Mijn dochter is mij even lief als jou, maar sta mij toe de
dingen aan te duiden bij hun ware aard: wat hier gebeurd is, is bepaald
geen onrecht maar louter liefde! ..... Maar goed, als jij zo graag een
scheiding wenst tussen Hades en Persephone mag ze weer naar de hemel
gaan, op voorwaarde dat ze daar beneden niks heeft gegeten”.
Helaas voor Demeter blijkt dat Persephone, inmiddels koningin van de
onderwereld, door de tuinman betrapt is op het eten van 7
granaatappelpitten. Hierdoor is een volledige terugkomst naar de
bovenwereld niet meer mogelijk. Onderhandelingen volgen tussen Demeter,
Hades en Zeus, met als resultaat dat Zeus’ compromis voorstel
wordt aanvaard dat Persephone ieder jaar 3 maanden bij Hades in de
onderwereld en 9 maanden bij Demeter op de Olympus zal zijn. Demeter
bekommert zich weer om de landbouw. En zoals wel vaker bij Ovidius is
er aan het einde nog een metamorfose: De vriendinnen van Persphone (met
wie ze aan het bloemenplukken was) transformeerden in vogels met
vrouwenhoofden: de Sirenen (die alle mannen op de rotsen doen slaan).
Tot zover de mythe van Demeter en Persephone.
Analyse van Mythe
Er gebeurd nogal wat in deze mythe. De hoofdlijnen -- ik zal straks een
paar deelaspecten belichten -- zijn wat mij betreft dat er iets
rigoureus als een schaking voor nodig is om de vervloeiing tussen
moeder en dochter te verbreken, dat een meisje door iets wordt
overvallen en eindigt als een vrouw. Dat de voedende moeder woedend is
over de verandering in het leven van haar dochter. Dat een vaderfiguur
het liefdevolle en de noodzaak van de schaking ziet en dat er een leven
van afwisseling tussen onder- en bovenwereld volgt.
Voor dat ik de mythe in iets meer detail wil verkennen, zou ik eerst
eens stil willen staan bij de vraag in hoeverre het drama van Demeter
en Persephone nog steeds actueel is. Herkennen wij iets uit dit
duizenden jaren oude drama in ons eigen leven? Dat zijn natuurlijk
retorische vragen waarop mijn antwoord is dat er maar weinig is
veranderd omdat het collectieve onbewuste in de psyche van de mens niet
is veranderd. Weliswaar leven we nu in de tijd van moderne technologie
maar als het gaat om onze diepere zielenroerselen is er natuurlijk geen
moer veranderd.
Weer terug naar de mythe. Deze begint te vertellen over Demeter. Zij is
de godin van het voedsel. Als kind is het normaal dat wij ons voor
voeding tot de moeder wenden. Het beeld van de voedende moeder ligt
vlakbij het beeld van een overbezorgde moeder. Een moeder die alleen
maar het beste voor haar kinderen wil maar die ondertussen misschien
onvoldoende oog heeft voor waar de kinderen eigenlijk zelf behoefte aan
hebben. Ook als volwassene is er nog steeds een verlangen tot
“gevoed worden”. Deze behoefte kan worden geprojecteerd op
de echte ouders en kan dan misschien als regressie worden gezien. Maar
het archetype van “de voeding” kan ook op de
“vadertje staat” of op de “moeder-kerk” worden
geprojecteerd; of, als onze voeding vooral intellectueel is: onze Alma
Mater.
Een interessante ervaring van Demeter is haar vrijpartij met Iasion,
lang geleden, in het korenveld, door Zeus ontdekt vanwege “modder
op armen en benen”. Dit beeld contrasteert met het moment van de
schaking van haar dochter want dan is Demeter ongetrouwd. Er is dus in
het leven van Demeter, als het om vlammende erotische verliefdheid
gaat, wel een verleden maar geen heden. En dat terwijl bij haar dochter
precies het omgekeerde speelt: Kore heeft een maagdelijk verleden maar
Persephone heeft een seksueel zeer geladen heden. Deze dynamiek kunnen
we zien als symbolisatie van een afsterven en hergeboorte van
seksualiteit.
Wat te denken van granaatappel pitten? Als rode, vochtige
vruchtdeeltjes was dit in de oudheid het sappigste fruit in landen met
een droog klimaat. Volgens sommigen doen de pitjes pitjes denken aan
bloeddruppels. Traditioneel wordt de granaatappel geassocieerd met
menstruatie en seksualiteit. Volgens een andere mythe is de
granaatappel ontstaan uit het bloed van Dyonisis. In de christelijke
traditie is de granaatappel het attribuut van de vruchtbare maagd
Maria. Het eten van de granaatappelpitten staat een volledige terugkeer
naar de bovenwereld in de weg. Er is natuurlijk de letterlijke
onmogelijkheid naar een volledige terugkeer naar de maagdelijkheid
onder moeders vleugels, maar er is ook de psychologische
onmogelijkheid: eens gegeten altijd gegeten. Er is hier een sterke
parallel met de joodse mythe over de verdrijving van Adam en Eva uit
het paradijs. Eva, tegen de instructies in, kan de verleiding door de
slang van het eten van de appel uit de boom van kennis van goed en
kwaad niet weerstaan. Algemeen word deze mythe van de zondeval gezien
als symbolisatie van bewustwording. Als we eenmaal ons bewust zijn van
iets -- bijvoorbeeld van goed en kwaad -- is het onmogelijk om dit
terug te draaien. Het is een prachtige illustratie van archetypische
werking dat de psyche onomkeerbare processen makkelijk projecteert op
het eten van verboden vruchten. Dat zien we ook vaak terug in dromen.
Dan is er die merkwaardige actie van de min Baubo, die Demeter aan het
lachen krijgt door onverwacht haar eigen rokken op te tillen. Als een
soort vrouwelijke potloodventer breekt Baubo met humor het complex van
Demeter open. Demeter krijgt hierdoor ruimte om weer wat te gaan
drinken en -- hoewel er van haar dochter nog steeds geen spoor is --
geeft ze haar vasten op en accepteert een glas wijn. Hier zien we dat
zelfs Olympische goden kunnen bijdraaien en ook zien we hoe humor kan
helpen om uit een complex te komen. Over Jung wordt vaak verteld hoe er
een oorverdovend gelach uit zijn spreekkamer kon klinken. Zelf mag ik
mij ook gelukkig prijzen met cliënten met een goed gevoel voor
humor. Humor doet complexen herkennen en oplossen.
Dan is er de opmerking van Zeus tegen zijn zuster Demeter: “ sta
mij toe de dingen aan te duiden bij hun ware aard: wat hier gebeurd is,
is bepaald geen onrecht maar louter liefde! ..... “. Deze
uitspraak wijst natuurlijk op de noodzakelijkheid van de verandering in
Persephone, de noodzakelijkheid van afsterven en hergeboorte en de
noodzakelijkheid van de seizoenen. Hier verwoordt Zeus als ultieme
autoriteit de psychische wet dat alles moet stromen en vernieuwen.
Niets kan blijven zoals het is, hoe jammer dat soms ook lijkt. Ieder
verlangen tot stasis -- hoe begrijpelijk dan ook -- is een regressie
die best even mag, maar niet het hele jaar!
Ik hoop dat ik met het verkennen van wat aspecten van deze mythe van
Demeter en Persephone enkele paralellen tussen toen en nu, en daarmee
de continuïteit van het collectieve onbewuste, heb kunnen
illustreren. Ik realiseer me dat ik het veel over moeders en dochters
heb gehad. Ik had het natuurlijk net zogoed over vaders en zonen kunnen
hebben. Je kan nu eenmaal niet alles in korte lezing bespreken. {Op 31
mei zal ik voor de IVAP een lezing houden over Phaethon. Hij is de zoon
die zijn vader (Helios) zoekt.}7
Relevantie voor de Analytische Psychologie
Dit is dan misschien een goed moment om opnieuw even het persoonlijke
onbewuste met het collectief onbewuste te contrasteren. En dan ga ik
even terug naar het voorbeeld van de woede. De narcistische woede van
de dochter die ik noemde in het begin van deze lezing is verkregen uit
ervaringen in haar eigen leven in de relatie met haar eigen moeder. De
oorsprong van de woede van Demeter ligt daarentegen in het collectieve
onbewuste. De eerste is verkregen door persoonlijke ervaring, de tweede
is verkregen door overerving.
Wat voegt het eigenlijk toe om zo’n mooie mythe te
psychologiseren? Waarom niet gewoon zeggen: dat is een mooie en
belangrijke mythe die een belangrijk aspect van het menselijk drama
goed beschrijft? Een sprookje is een sprookje. Waarom heeft Jung een
collectief onbewuste als idee gepostuleerd? Wat is hiervan het
therapeutische belang? In het antwoord op deze vraag schuilt voor mij
één van de belangrijkste verdiensten van de analytische
psychologie.
In één zin geantwoord: het belang van het postulaat van
het collectief onbewuste is dat in de beleving van het individu de
invloed vanuit het collectief onbewuste subjectief wordt ervaren en dat
dit problemen oplevert. Dat klinkt ingewikkeld maar betekent in gewone
mensen taal dat ik alles dat ik in mezelf merk als vanzelfsprekend
beschouw als een deel van mij. Ik eigen me dus eigenlijk het archetype
toe. Ik identificeer me met de goden. Hierdoor ontstaat helemaal
begrijpelijk maar ook geheel ten onrechte het idee: “ik ben
eigenlijk een gefrustreerde verstikkende moeder”. Of voor
succesvolle carrieremakers, directievoorzitters en politici: “ik
ben eigenlijk een geweldige held”. Terwijl ze dat niet zijn.
Hoogstens kunnen zeggen dat ze de gefrustreerde moeder of de held als
deel van zichzelf ervaren. Deze onterechte identificatie noemt Jung
inflatie. Dit is ook hoe Jung de psychose begrijpt: als een overspoeld
worden door, en identificatie met het archetype. In psychiatrische
klinieken is het geen onbekend verschijnsel dat patiënten zich met
Maria of Jesus Christus identificeren. Om bij ons wat mildere voorbeeld
te blijven: laten we zeggen dat er een echte moeder is met een echte
dochter, en die moeder ervaart in zichzelf de Demeter krachten om haar
dochter te overbeschermen. In een uitzonderlijk sterk en helder moment
van zelfbewustzijn realiseert ze zich dat ze zich veel te veel om haar
dochter heen heeft genesteld en dat dat misschien wel verstikkend
werkt. Erg trots is ze niet op zichzelf. Al gauw denkt ze “ik ben
ook altijd zo’n ... heks?” Terwijl een psychologische veel
gezondere reactie zou zijn: “ook ik heb de archetypische heks in
mij”. Dit inzicht kan geweldig helpen om gevoelens van schaamte
en schuld te relativeren. Een belangrijk deel van een Jungiaanse
psychoanalyse kan zich erop richten de patiënt uit te nodigen te
reflecteren over de vraag in hoeverre een bepaald aspect van zijn of
haar innerlijk leven niet een individueel maar een archetypisch leven
is. De analyticus kan door vertelling van een mythen of een sprookje
helpen om de analysant te doen inzien dat dat wat hij of zij aan
zichzelf toeschrijft eigenlijk helemaal niet aan zichzelf is toe te
schrijven maar dat dat collectief materiaal betreft.
Jung zag dus de gemeenschappelijke patronen uit de mythologieën
als projecties van de objectieve archetypische psyche. Hij vindt dan
ook dat de analyticus, net zoals de arts de atlas van de anatomie en
fysiologie moet kennen, de encyclopedie van de mythologie moet kennen
(CW3, § 576). Deze collectieve patronen werken immers in ons
allemaal. Ze melden zich keer op keer in ons leven, en dus ook in de
spreekkamer van de analyticus.
Referenties
Jung, C.G. (1953-1970) Collected Works of C.G. Jung, 20 vols (ed. Herbert Read, Michael Fordham and Gerhard Adler; vertaling. R.F.C. Hull. Referenties zijn per volume en paragraaf, London: Routledge (Nederlandse vertaling van het aangehaalde door de auteur)
Ovidius, Metamorphosen, vertaling M. d'Hane-Scheltema, Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1997
Dr Hans van den Hooff is psychoanalyticus (C.G. Jung) in privé praktijk in Naarden